Het probleem met aardappelen

23 september 2016
Love it!

Ik lees dat de aardappel in ere is hersteld. Op de website van Harvard University lees ik een ander verhaal... Dit is een vertaling van een artikel op de site van Harvard University. Onderaan de vertaling vind je de link naar het origineel.

Ter info - Een Belg eet gemiddeld 100 kg aardappelen per jaar, een Nederlander 80 kg per jaar. Dit zijn oude cijfers, er wordt een nieuwe peiling verwacht eind 2016.

---

Het probleem met aardappelen (vertaald)

In de Verenigde Staten eet men gemiddeld 57 kilo aardappelen per persoon per jaar. Desalniettemin worden aardappelen niet als groente beschouwd op de Harvard’s Healthy Eating Plate (het Gezonde Voeding Bord, gecreëerd door voedingsexperts van Harvard) omdat ze veel koolhydraten bevatten, meer bepaald het type koolhydraten dat het lichaam snel verteert, en dat er zo voor zorgt dat de bloedsuikerspiegel en insulinewaarden heel snel stijgen en dalen (in wetenschappelijke termen gezegd, hebben ze een hoge glycemische waarde).

Een kop aardappelen heeft bijvoorbeeld hetzelfde effect op de bloedsuikerspiegel als een blikje Coca Cola of een handvol jelly beans. Dit rollercoastereffect op de bloedsuiker en de insuline zorgt ervoor dat je snel terug honger krijgt na een maaltijd, wat leidt tot overeten.

Op lange termijn kunnen diëten die veel aardappelen en gelijkaardige snel verteerbare, koolhydraatrijke voedingsmiddelen bevatten bijdragen tot zwaarlijvigheid, diabetes en hartziekten.

Aardappelen in het bijzonder lijken de boosdoener te zijn wat zwaarlijvigheid en diabetes betreft:

Een studie van de Harvard School of Public Health die het dieet en de levensgewoontes van 120 000 mannen en vrouwen gedurende 20 jaar gevolgd heeft, heeft onderzocht hoe kleine veranderingen in het voedselpatroon na een tijd bijdragen tot gewichtstoename. Mensen die meer frieten en gebakken aardappelen of puree gingen eten, kwamen na verloop van tijd meer bij – respectievelijk 1,5 en 0,58 kilo elke vier jaar. Mensen die hier minder van gingen eten, kwamen minder bij, net als zij die meer andere groenten gingen eten. Een gelijkaardige studie over lange termijn wees uit dat veel aardappelen en frieten eten gelinkt kon worden aan een verhoogd risico op diabetes bij vrouwen, en dat het risico verkleind kon worden door aardappelen te vervangen door vollegraanproducten.

Aardappelen bevatten zeker belangrijke voedingsstoffen – vitamine C, kalium en vitamine B6, om er een paar op te noemen. Maar de aardappel is niet de enige bron van deze voedingsstoffen, en ook niet de beste:

Broccoli bijvoorbeeld bevat bijna negen keer zoveel vitamine C als aardappelen. Witte bonen bevatten dubbel zoveel kalium. Wat eet je in de plaats van aardappelen?

Volle granen zijn een uitstekende keuze, vooral zo min mogelijk bewerkte granen zoals bruine rijst en quinoa. Bonen kunnen eveneens dienst doen als zetmeelrijk bijgerecht; ze bevatten veel vezels en eiwitten en ze doen de bloedsuiker minder snel stijgen dan bewerkte volle granen. Als je de gewone aardappelen wil inruilen door zoete aardappelen, zal je nog steeds voorzichtig moeten zijn met de porties: hoewel zoete aardappelen een grote bron zijn van bètacaroteen, hebben ze een hoge glycemische index en lading – bijna net zo hoog als die van de gewone aardappel. De meeste mensen eten geen overdreven porties van zoete aardappelen zoals van gewone aardappelen.  Dat is misschien de reden waarom uit studies niet naar voren is gekomen dat de zoete aardappel een belangrijke oorzaak is voor zwaarlijvigheid en diabetes.

Hier vinden jullie de link naar de originele tekst.
https://www.hsph.harvard.edu/nutritionsource/2014/01/24/the-problem-with-potatoes

References
1.  Service, U.E.R., U.S. Potato Statistics.Table 53: U.S. per capita utilization of potatoes. 2007.
2.  Halton, T.L., et al., Potato and french fry consumption and risk of type 2 diabetes in women. Am J Clin Nutr, 2006. 83(2): p. 284-90.
3.  The University of Sydney. The Glycemic Index Database. Accessed August 29, 2012.
4.  Halton, T.L., et al., Low-carbohydrate-diet score and the risk of coronary heart disease in women. N Engl J Med, 2006. 355(19): p. 1991-2002.
5.  Chiu, C.J., et al., Informing food choices and health outcomes by use of the dietary glycemic index. Nutr Rev, 2011. 69(4): p. 231-42.
6.  Beulens, J.W., et al., High dietary glycemic load and glycemic index increase risk of cardiovascular disease among middle-aged women: a population-based follow-up study. J Am Coll Cardiol, 2007. 50(1): p. 14-21.
7.  Abete, I., et al., Obesity and the metabolic syndrome: role of different dietary macronutrient distribution patterns and specific nutritional components on weight loss and maintenance. Nutr Rev, 2010. 68(4): p. 214-31.
8.  Mozaffarian, D., et al., Changes in diet and lifestyle and long-term weight gain in women and men. N Engl J Med, 2011. 364(25): p. 2392-404.
9.  Barclay, A.W., et al., Glycemic index, glycemic load, and chronic disease risk–a meta-analysis of observational studies. Am J Clin Nutr, 2008. 87(3): p. 627-37.
10.  Halton, T.L., et al., Low-carbohydrate-diet score and risk of type 2 diabetes in women. Am J Clin Nutr, 2008. 87(2): p. 339-46.